
Jurisprudentie
BA2060
Datum uitspraak2007-03-30
Datum gepubliceerd2007-04-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/830327-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-04-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/830327-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
De rechtbank acht dit van belang omdat verdachte heeft bekend onmiddellijk na zijn vrijlating wederom een vreemd uitgevoerde overval te hebben gepleegd en zich thans dreigend uitlaat over de volgende te plegen overval.
Uitspraak
RECHTBANK ASSEN
STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaken van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats en -land verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1975,
thans gedetineerd in [plaats van detentie verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2007.
Verdachte/veroordeelde is verschenen en werd bijgestaan door mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.
1. MOTIVERING
De rechtbank is tijdens de beraadslaging gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
De officier van justitie heeft in haar requisitoir, waarin zij onder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest eiste, gerefereerd aan een psychiatrisch voorlichtingsrapport, opgemaakt door S.U. Leeuwenstein, forensisch psychiater. Dit rapport is in september 2006 uitgebracht in verband met de strafzaak tegen verdachte onder parketnummer 19/8301349-06. Leeuwenstein achtte, aldus de officier van justitie, de toenmalige verdachte in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar. Het betrof eveneens een poging tot afpersing.
De rechtbank acht het met het oog op een evenwichtige en op maat gesneden berechting van de verdachte noodzakelijk dat dit psychiatrisch voorlichtingsrapport in het geding wordt gebracht.
Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat Leeuwenstein zich in een nader psychiatrisch voorlichtingsrapport uitlaat omtrent de geestesgesteldheid van verdachte op het moment van het tenlastegelegde in de onderhavige zaak. De rechtbank acht dit van belang omdat verdachte heeft bekend onmiddellijk na zijn vrijlating wederom een vreemd uitgevoerde overval te hebben gepleegd - zeer gelijkend op de voorgaande - en zich thans dreigend uitlaat over de volgende te plegen overval. De rechtbank heeft van de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte begrepen dat bij verdachte ernstige psychiatrische problematiek aanwezig is. De rechtbank wenst nader te worden geïnformeerd over de mate van toerekeningsvatbaarheid van verdachte.
De rechtbank zal de stukken in handen stellen van de officier van justitie.
2. BESLISSING
De rechtbank:
- beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting in deze zaken zal worden heropend op een nader te bepalen terechtzitting;
- bepaalt, dat een onderzoek als voormeld zal plaats vinden en stelt daartoe, met schorsing van de zaken tot na afloop van dat onderzoek, de stukken in handen van de officier van justitie;
- bepaalt de termijn van de schorsing op maximaal drie maanden nu niet mag worden verwacht dat voormeld onderzoek binnen één maand na heden gereed zal zijn;
- beveelt de oproeping van verdachte/veroordeelde tegen een nog nader, doch met inachtneming van het bovenstaande, te bepalen terechtzitting en tijdstip.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, en mr. M.C. Fuhler en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken bij vervroeging ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 30 maart 2007.

